Schuldig

De titel zegt het. Ik loop met een vreemd gevoel rond. Ik voel me constant schuldig. En ik haat het. Ik voel me schuldig tegenover vrienden, familie, kennissen, blogvriendinnen, en ga zo maar door.

Ik voel me vooral vaak schuldig naar m’n vriendinnen toe. Een vriendin die kanker heeft, een vriendin die gescheiden is, een vriendin wiens papa overleden is, een vriendin die net bevallen is, een vriendin die hoogzwanger is, een vriendin die net als ik enkele miskramen verwerkt, een vriendin die haar ligamenten heeft gescheurd, een vriendin die op wereldreis vertrekt, …

Ik wou dat ik het allemaal kon combineren!

Elke van de bovenstaande vriendinnen wil ik bellen, wil ik bezoeken, wil ik een tijd en liefde geven, wil ik een knuffel geven, wil ik een luisterend oor bieden, … En het lukt me niet. En dus voel ik me al maanden constant schuldig. Maar het lukt me gewoon niet. Baby. Business. Blog. Dat lukt me. Nét. Ik wou dat ik het allemaal kon combineren met tripjes naar m’n vriendinnen.

Het schuldgevoel vreet me op. Ik wil er zijn voor elke vriendin. Ik wil dat ze weet dat ze op mij kan rekenen. Jaren geleden konden we er, bijna, altijd voor elkaar zijn. Geen man (of hooguit een vriendje), geen kinderen en misschien net een eerste job. We stonden klaar voor elkaar. En nu nog, versta me niet verkeerd. Maar ik heb het het gevoel dat ze uit m’n vingers glippen. Dat ik sommige dingen gewoon niet meer van ze weet, omdat ik hen te weinig zie.

En dus krijg ik elke dag een golf van schuldgevoelens over me heen. Want ik ben er niet voor mijn vriendinnen. Ze kunnen niet op me rekenen. Terwijl ik daar ‘vroeger’ zo hard op hamerde. Ik kan het nu gewoon niet meer waarmaken. En dan voel ik mij een slecht mens. En dan laat ik een traan. Want ik wil dat ieder voor zich weet dat ik er ben, echt wel. Al sta ik niet elke dag voor je deur, of lukt het me niet om je elke week te bellen. Ik ben er echt.

Moet ik eerst veertig worden?

Gelukkig besef ik dan soms dat vriendschap geen eenrichtingsverkeer is, en dat het soms net zo goed van de ‘andere kant’ mag komen. Dat ik niet steeds de initiatiefnemer hoef te zijn. De eerste die belt, of de eerste die stuurt. Toen wij trouwden, kreeg ik van veel mensen een lief compliment: wat een geweldige vriendinnen heb jij. En zoveel! Dat is waar. Op onze trouw waren er zeker een dertigtal vriendinnen. Ik heb zoveel geluk. Met ze allemaal. Het zijn schatten. Ik hecht belang aan ieder van hen. Maar begin maar eens.

Allemaal hebben ze hun eigen leven. Hun eigen prioriteiten. Een ex-collega zei me ooit dat haar vriendinnengroep weer kon ‘ademen’ toen ze bijna 40 werden. De kinderen werden groter en de mama’s kregen meer ruimte en deden hun kindjes al eens gemakkelijker naar oma en opa dan toen ze klein waren. Al hoop ik niet dat Morris snel groot is, ik kijk wel uit naar die periode. En dan hoop ik dat wij opnieuw samen op café kunnen gaan, en dat je opnieuw je hart uitstort bij mij, en dat ik weer ruimte heb om er hélemaal te zijn voor jou.

In tussentijd kan ik alleen maar proberen. Want ik ben ook maar een mens.