Weekendje Ieper

Een eerste brief schreef ik je toen je 16 weken oud was. Nu je 16 maanden bent, wil ik opnieuw in m’n pen kruipen. Omdat ik mijn gevoel voor jou wil vastleggen. Het in een doosje wil steken. Ach ventje, wat vliegt de tijd.

Lieve Morris,

Wat een kerel ben jij me! Opgewekt, vrolijk, en vooral héél ondernemend. Je lijkt nergens bang van te zijn. Hoewel soms van de gekste dingen dan weer wel: de stofzuiger of een levensgrote knuffel. Maar als je grote jongens ziet op het speelpleintje hier in de buurt stap je zelfverzekerd op ze af. Ik kijk met open mond toe hoe hard je groeit.

Stappen doe je sinds je 14 maanden bent, net voor kerstmis had je het onder de knie. Sindsdien waggel je vrolijk de wereld rond. Die wereld die je op z’n kop zette toen jij 16 maanden geleden geboren werd. Sindsdien is niets nog hetzelfde. En dat vinden jouw papa en ik prima zo.

Rennen, springen, vliegen, vallen, opstaan en weer doorgaan

Pittig is het wel, nog steeds zijn de meeste van je nachten onderbroken. En nooit maar dan ook nooit heb je een ‘zittend gat’, geen drie seconden wil je stilzitten. Het is dus rennen, springen, vliegen, vallen, opstaan en weer doorgaan. Maar dat is alles waar ik van te voren graag voor had getekend. Je bent nog mooier dan ik ooit had durven dromen. Ik zet soms bijna letterlijk m’n tanden in je wangetjes.

Je roept de hele dag ‘auto’, want daar ben je gek van. In je boek van Bumba duid je alle mogelijke dingen aan, ‘kikker’, ‘klok’, ‘appel’, ‘bloem’, ‘boom’, ‘koe’, ‘paard’, ‘poes’, … Niet dat je het allemaal al perfect uitspreekt, maar de klanken zitten goed. En zo zie ik je elke dag vooruit gaan. Alsof de tijd op jou nog extra vat heeft. Wat een kind op een jaar leren kan!

Soms zuchten we hier ook wel eens hoor, je hebt wel eens lastige momentjes en de eerste driftbuitjes steken de kop op. Dan ben je behoorlijk vermoeiend en hang je de hele tijd aan mijn benen. Je handjes omhoog: ‘mama, pak mij op’. Als ik dat doe, wil je weer weg gezet worden. Dan durven mama en papa al eens naar elkaar kijken en denken: ‘het is toch een raar manneke…’.

Dit wil ik nooit vergeten…

Een hoekje vol leuk speelgoed hier, meestal zegt het je echter niets. Je trekt alle schuiven van de keuken open en gooit er alles uit. Yep, er sneuvelde al een en ander. Ook al zeg ik neen, vaak zet je gewoon door. Als mama en papa naar het wc gaan, ben je er liefst ook gewoon bij. Ga je slapen, dan zwaai je op de trap nog een keer of drie naar wie er nog beneden zit.

Bij moeke en voke of oma en opa ben je heel graag. Voetballen, met je neefje of nichtje spelen (al is die nog heel klein), of met voke rond de keuken kruipen, … Je lacht je vaak een kriek! En dat lieve Morris, vind ik het fijnste gevoel dat er is: horen en zien dat jij veel lacht en weten dat je een gelukkig manneke bent. Dat dat voor altijd zo mag blijven.

Nooit vanzelfsprekend

Soms wijzen mensen me terecht als ik over jou spreek en ‘baby’ zeg. Je bent natuurlijk geen baby meer. Je bent een dreumes, een bijna peuter maar vooral: mijn ventje. Het ventje waar ik regelmatig minuten lang naar kijk terwijl de tranen over mijn wangen stromen. Van puur geluk. Omdat jij, jij bent. Omdat jij, nadat mama en papa moesten vechten voor een baby, helemaal niet vanzelfsprekend bent.

Morrisje, we broeden samen op nog heel wat plannen. Die papa van jou en ik. Leuke plannen! Plannen die ervoor zorgen dat we nog vaker bij elkaar kunnen zijn. Mama is een eigen zaak gestart, zodat ze haar uren zelf kan indelen. Ik was er voor je toen je 16 weken was, ik wil er voor je zijn nu je 16 maanden bent en misschien moet je dit maar herlezen als je 16 bent. Zodat je weet dat ik er ook dan nog voor je zal zijn.

Mama