Als het even kan, wil ik niet meer terug. Niet meer naar hoe het was. Het is te goed zo, het is uitdagend zo maar het is ook rustgevend zo. Ik heb het over mijn ‘carrière’, mijn ‘zakelijke leven’. Carrière vind ik zelfs een beetje een vies woord. Ik wil het niet maken. Ik wil gewoon content zijn en wat mensen verder helpen. Ik hoef niet de beste, de grootste of de duurste te zijn.

That’s all. Twee jaar geleden werkte ik nog voor een vzw die kwetsbare kinderen en jongeren begeleidt. Een prachtig initiatief waar ik me met hart en ziel voor gesmeten heb. Kei hard gaan. Met een top team van jewelste. Maar na een tijd was het op. Zo op dat ik niet meer kon. Geen fut en geen zin meer had. Geen toekomst meer zag. Op het randje van lang uitvallen.

Ik moet nu, als zelfstandige, kei hard knokken voor elke cent. Mijn bedrijf is nog niet leefbaar en ik bouw het elke week verder en verder uit. Maar ik zou het niet anders willen! Ik zou nooit terug willen naar hoe het was. De energie die ik nu krijg van alle ideeën in mijn hoofd is ongelooflijk. Het stuwt en duwt mij vooruit. Maar het put mij ook uit. Mijn hoofd staat nooit stil.

Soms vergeet ik dingen, omdat het zo’n chaos is. Soms ben ik zo gestresseerd, omdat de ‘to do’ eindeloos is. Soms ben ik ’s avonds zo moe dat ik die klant om 20u niet meer zie zitten. Maar ik doe het. En met plezier. Ik ben zo benieuwd naar wat er nog komen gaat. Het doet me vooral goed dat ik terug ‘gemoedsrust’ gevonden heb sinds ik ontslag nam. Alles kan, alles mag. Ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen, ik kan elk zot idee uitwerken en kan reisjes inplannen wanneer ik wil.

Die gemoedrust heb ik ook over m’n bedrijf. Lukt dit niet, dan gaan we naar het volgende. Niets is onmogelijk. En falen mag. Ik zie het zelfs niet als falen, ik zie het als bijleren. We zien wel waar ik aanbeland. Of tegen welke muur ik nog aanloop. Als ik m’n gezin maar bij me heb.

Dus neen, ik wil nooit meer terug naar hoe het was.