zwanger

Geert en ik wilden altijd meerdere kindjes, twee. Of wie weet drie. Ideaal toch? Toen een eerste kindje krijgen niet vanzelfsprekend bleek, werd dat een nog grotere hoop. Want dat ene kindje is er dan uiteindelijk wel gekomen, maar zouden we voor een tweede ook weer zoveel moeten doorstaan?

We besloten kei hard van Morris te genieten. En we zien wel…

Proberen niet te rekenen, en vooral niet te hopen

Voor Morrisje één werd, dachten we niet aan een tweede. Te moe, je kent het wel. We sliepen weinig en hadden onze handen vol. Genieten, kei hard. Want oh jongens, wat was dit ventje gewild en gewenst. De dag na z’n eerste verjaardag begon het me te dagen: ik wilde er nog eentje. Niet meteen, niet nu. Ooit. Morris werd 18 maanden en de gesprekken werden concreter: als we nog een kleintje willen, dan is het misschien wel het moment.

Ik begon al aan mijn rekensom. Nog een paar miskramen in de mix en Morris was al snel vijf jaar. Worst case. We beslisten er voor te gaan. Ik nam mezelf voor om niet te veel te rekenen, niet te veel te piekeren en vooral: niet te veel te hopen. Met een actieve peuter ben je er automatisch iets minder ‘mee bezig’ dan bij een eerste, merkte ik al snel. Maar al gauw installeerde ik toch een app (Flo) op mijn Iphone, deze helpt je te bepalen wanneer je ovuleert.

Wait… What? Nu al? Ik wil een hartje!

En dan. Patat. Prijs. Geen idee wat het is geweest. Ik veronderstel gewoon geluk. Een vierde keer zwanger. Bij mijn andere zwangerschappen deed ik de test alleen, nu wilde ik Geert en Morris erbij. Ik wist dat ik zwanger was, ik was al een week over tijd maar durfde niet testen. Geert geloofde er niks van (dat kan niet zo snel!), dus dan toch een test. Nu al? Kan dit? Dat kan zeker, we deden het al eerder. Nu maar hopen dat er niets misloopt.

Ik zucht, ik ben blij maar tegelijk ook zo ontzettend bang voor de emotionele rollercoaster die volgt. Onze huisarts bevestigt de zwangerschap en daar staat het zwart op wit. Ik maak een afspraak bij de gynaecoloog en mag een eerste keer komen op 9 weken. Als ik de telefoon met haar assistent opleg, barst ik in een hysterisch huilen uit. NOG drie weken wachten om te weten of dat hartje klopt, dat kan ik niet.

Nachtmerries, slecht slapen, … Ik was niet te de liefste vrouw/mama/vriendin. Niet exact de zwangerschapsgloed die je bij andere prille zwangeren ziet. Ik kon niet genieten of zelfs maar hopen voor ik een hartje had gehoord. Gewoon een kloppend en sterk hartje, en ik zou gerust zijn. Een telefoontje naar het ziekenhuis later, wilde een assistent wel tijd maken voor mij. De stagiaire vroeg of ze even ‘mocht proberen’. Natuurlijk, jullie moeten ook leren. Na een minuutje of twee zoeken op mijn buik vond ze niets. Het leek wel een uur. Ik telde alle strepen op het plafond en gaf de hoop al op. Het was weer niets.

Of zou het toch mogen zijn?

De assistent komt helpen en vindt na 2 seconden het baby’tje. Het ini mini ding. Want mini is het, ik ben amper 7 weken! We kijken samen naar het baby’tje en alles ziet er prima uit. Gerustgesteld loop ik naar buiten met een smile van hier tot in Tokyo. Het is écht! Boem, geen twee minuten later overvalt de realiteit mij weer. Weet je hoeveel miskramen er zijn na 7 weken? Hoop nog maar niet te hard. En dan besef ik het: ik heb GEEN hartje gehoord. GEEN! We hebben het gezien, het flikkerde maar de assistent vergat het geluid op te zetten en ik vergat het in alle emotie te vragen. Dom!

Nog meer reden voor twijfel. Op 9 weken krijg ik een echo bij m’n gynaecoloog, die ontzettend lief is. Op 12 weken weer een goede echo en een paar dagen later ook een perfecte NIPT. Het geslacht weten we niet, we willen het (voorlopig) niet. Want wat maakt dat ons uit? Op 14 weken hoor ik het hartje door de doptone van mijn vroedvrouw. De baby stampt nu zelfs tegen haar apparaat. Ook dat hoor ik duidelijk.

Bij elke afspraak ben ik bang en klopt mijn hart aan een onvoorstelbaar tempo. Ondertussen ben ik 15 weken zwanger en begin ik stilaan te geloven dat dit echt is. Geen pech deze keer, geen curettage in een koude operatiezaal, geen groot verdriet maar een groot geluk. Ja, ik ben zwanger. Nog steeds kunnen wij het moeilijk bevatten. Begin februari komt er weer een kleintje bij en begint alles van voor af aan. Slapeloze nachten, oeverloze liefde. Ik kan niet gelukkiger zijn.

We gaan dit doen. Lieve baby, lieve mini. Je bent zo welkom. Laat het maar gauw begin februari zijn. Jij bent nu al één van ons.